
Wat er achter de angst ligt (is geweldig!)
- 7 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Ik keek dit weekend de angst recht in zijn bek aan, en hij bleek niet geïnteresseerd.
Tijdens het hardlopen stopte ik op mijn favoriete plek in het bos, een serene open plek omringd
door felgroene, bijna lichtgevende plantjes, waar ik even stil kon staan om wat water te drinken en te luisteren naar het gezang van de vogels, tot er iets in mijn ooghoek bewoog en mijn aandacht zich verschoof naar wat zich daar, slechts een paar meter verderop, afspeelde.
Daar stond hij, een wolf, rustig drinkend uit hetzelfde water als ik, en in dat moment waarin onze blikken elkaar kruisten, voelde ik een schok door mijn lichaam trekken, een reflex die onmiddellijk de vraag opriep wat ik moest doen, terwijl ik me tegelijkertijd realiseerde dat ik niets bij me had om mezelf te beschermen, geen telefoon, geen geluid, geen afleiding, alleen mezelf en dit dier dat daar net zo vanzelfsprekend aanwezig was als ik.
En terwijl ik daar stond, gevangen tussen instinct en bewustzijn, gebeurde er iets wat ik niet had verwacht: de angst waar ik me zo op had voorbereid, waar ik verhalen over kende, beelden bij had gevormd en scenario’s voor had bedacht, begon te verdwijnen.
Wat overbleef was een intense helderheid, waarin ik voelde dat hij niet geïnteresseerd was in mij, maar mij wel zag, en dat in die wederzijdse blik iets ontstond wat ik alleen kan omschrijven als een ontmoeting. Een oerkracht.
Later besefte ik dat het niet de wolf was die me angst had aangejaagd, maar de gedachte aan wat hij zou kunnen zijn, dat het niet de werkelijkheid was die me deed verstijven, maar de verhalen die ik daarover in mezelf had opgebouwd, en dat juist daarin een inzicht lag dat verder reikte dan dit ene moment in het bos.
Want hoe vaak is het niet zo dat angst zich aandient als een overtuiging, terwijl de ervaring zelf, wanneer je er werkelijk in aanwezig durft te blijven, iets heel anders laat zien?
Ik herkende datzelfde mechanisme in de angst die ik had gevoeld toen artsen mij een diagnose gaven, een angst die zich vastzette in mijn lichaam en mijn gedachten overnam, totdat ik, hier in mijn boshuisje, op een dag besloot niet langer van dat gevoel weg te bewegen, maar het juist recht aan te kijken, het toe te laten en te voelen wat het werkelijk met me deed.
En precies daar, in die overgave, in het blijven bij wat zich aandient zonder het direct te willen veranderen of oplossen, gebeurde opnieuw datzelfde: de angst verloor zijn grip en maakte plaats voor iets anders, iets zachters, iets dat me niet probeerde te beschermen door me klein te houden, maar me juist uitnodigde om te luisteren.
Misschien is dat wel wat angst doet wanneer we hem niet langer bestrijden, maar ontmoeten: hij opent een deur naar iets wat gehoord wil worden, iets wat onder de oppervlakte al aanwezig was en wachtte tot wij bereid waren stil te worden.
In mijn boek schrijf ik over die beweging, over het moment waarop je stopt met vluchten en begint met luisteren, en over wat angst me uiteindelijk wilde zeggen toen ik de moed vond om te blijven.
Misschien wil angst je niets afnemen, maar je iets vertellen.



Opmerkingen